Raadslid Bourlau haalt slag thuis bij Minister

10-10-2014 10:25


Begin juli schorste gouverneur Jan Briers op klacht van raadslid Bourlau (VB) een gemeenteraadsbeslissing waarbij een bouwheer aan de Astridlaan 88 voor zijn bouwproject er, in plaats van een toegangsweg aan te leggen op eigen terreinen,  een eigendom (oude trambaan) van de stad inpalmde om er een weg op aan te leggen om zo meer appartementen te kunnen bouwen. Het onderhoud van deze weg, die enkel diende om de appartementen te bedienen, zou nadien betaald worden door de belastingbetaler.

De gouverneur stelde dat er sprake is van een onevenredige bevoordeling van de bouwheer die niet alleen een gratis ontsluitingsweg krijgt voor zijn bouwproject maar dit ook neerkomt op een schenking van een bouwgrond aan de bouwheer vanwege de stad. Het perceel diende verkocht te worden na er de nodige ruchtbaarheid aan te geven omdat de stad een verkoopopbrengst misloopt.

 

Het college deed een aangepaste motivering en legde deze eind augustus voor aan de gemeenteraad waarop raadslid Bourlau terug 'tegen' stemde en daarop klacht indiende bij kersvers minister voor Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans.

De minister vernietigde eind vorige week in één keer de motivering van het schepencollege tot het behouden van de toegangsweg op terreinen van de stad omwille van zuinig ruimtegebruik en te smal om er een kwalitatieve ontwikkeling op te realiseren, alsook de onderhandse verkoop van de bouwgrond aan de bouwheer.

De stad stelde tevens dat het de taak van de overheid is om faciliterend op te treden tegenover projectontwikkelaars om bouwprojecten in deze stad te ontwikkelen en de stad er alle belang bij heeft dat investeerders in deze stad nog willen investeren.

 

De minister vernietigde de beslissing omdat het stadsbestuur de keuze voor de aanleg van de toegangsweg op stadsgrond voornamelijk motiveert vanuit het perspectief van de bouwheer, die de ontwikkelingskansen immers ziet verminderen door de aanleg van een weg op diens perceel; ook omdat uit een schattingsverslag van de Ontvanger van Registratie blijkt dat het perceel niet alleen heel nuttig is voor de bouwheer, maar ook geschikt is als bouwgrond voor een open bebouwing. De argumenten van de stad waren niet deugdelijk en overtuigden de minister niet.

De onderhandse verkoop kan ook niet doorgaan en er dient publiek verkocht te worden in het algemeen belang en iedereen moet de kans krijgen om het goed te kopen.

 

De minister wijst het schepencollege er verder ook op dat de gemeenteraadsleden niet correct werden geïnformeerd over de juiste vierkante meters die zouden worden verkocht aan de bouwheer. Eerst bleek het 232 m² te zijn maar na opvraging van een opmetingsplan door raadslid Bourlau bleek dit ineens vijf keer meer te zijn. Het perceel dat de stad in eerste plaats zou wegschenken aan de bouwheer is ongeveer 1.200 m² groot.

De minister vindt dat hier het zorgvuldigheidsprincipe werd geschonden.

 

Tot slot had de stad voorwaarden gesteld aan de verkoop van het perceel grond. Het mocht enkel dienen om er een voldoende uitgeruste weg op aan te leggen. De minister vindt dit een ongeoorloofde beperking van de rechten van de eventuele kopers, voornamelijk omdat deze voorwaarde enkel in het voordeel van de bouwheer is opgesteld en deze voorwaarde er in de praktijk toe leidt dat enkel de bouwheer het goed zal kunnen kopen.  Dit is een schending van het algemeen belang, besluit de minister.

 

Zonder die voldoende uitgeruste weg kan het perceel van de bouwheer niet verkaveld worden en daarom diende de voorwaarde opgelegd te worden. Dit is volledig op maat van de bouwheer die immers volgens het schattingsverslag, waarvan de gemeenteraadsleden ook niet op de hoogte waren, een geschenk zou krijgen van 300.000 euro, aldus raadslid Bourlau.

Deze gang van zaken, waarbij gronden ter waarde van 300.000 euro worden weggeschonken, is niet langer aanvaardbaar, beëindigt het raadslid nog. Een klacht was onvermijdelijk en bovendien gegrond.

 

Reactie van Burgemeester Guido De Padt :

 

Het bestuur en ook de sommige klagers gingen  er initieel vanuit dat het om openbaar domein ging en openbaar domein kan  niet worden verkocht. Vandaar de oorspronkelijke beslissing om een soort recht van opstal te verlenen aan een bouwheer die verplicht zou zijn op eigen kosten de weg aan te leggen en te voorzien van alle nutsvoorzieningen. Die weg zou uiteraard toegankelijk hebben moeten blijven  voor iedereen.  Daartegen werd beroep aangetekend door raadslid Bourlau.

 

De gouverneur gaf het raadslid gelijk en was de mening toegedaan dat het niet om openbaar domein, maar om privaat domein ging. Hij vroeg ons om het perceel te koop aan te bieden “aan de bouwheer, na hieromtrent de nodige ruchtbaarheid te hebben gegeven aan de overige aanpalende eigenaars. de aangelanden” (zo staat het letterlijk te lezen in zijn besluit).  Wij hebben ons neergelegd bij deze stelling en hebben aan de gemeenteraad gevraagd om het perceel te verkopen overeenkomstig de directieven van de gouverneur. De gemeenteraad keurde dat op 26.08.14 goed.

Daar waar wij in dat  gemeenteraadsbesluit volledig de instructies van de gouverneur volgden, zijn we verwonderd dat er nu een vernietiging volgt van diens voogdijminister.

 

Er werd  met het ook op de uitvoering van  de verkoopsprocedure een schattingsverslag opgevraagd op 14.08.14 en dat bereikte ons op 04.09.14, dus na de kwestieuze gemeenteraadszitting..

M.b.t. de oppervlakte is het inderdaad zo dat er oorspronkelijk een verkeerde berekening gebeurde van de oppervlakte, maar dit werd later rechtgezet en er werd ook rekening mee gehouden in het schattingsverslag. Op de luchtfoto, welke ook in het gemeenteraadsdossier zat, was het te verkopen deel wel juist aangeduid in rood, zijnde over de volledige breedte en met lengte tot aan het einde van de geplande weg.

 

Stellen dat we wie dan ook een cadeau zouden hebben willen geven aan om het even wie is dus de waarheid geweld aandoen: we hebben de motivering en suggesties van de  gouverneur -die toch een vertegenwoordiger is van de minister- strikt gevolgd, maar worden nu teruggefloten door zijn “baas”.  Het schepencollege zal nu eerstdaags beslissen welke houding we verder zullen aannemen in dit dossier.